Recept zonder naam

Of zou dit vallen onder ‘cuisine assemblée’ zoals bijvoorbeeld Caprese? (basilicum, tomaat, mozzarella, olie, peper en zout; niks geen koken aan). Nee, dan gaat dit ietsje verder, maar geassembleerd wordt er zeker. Alleen een naam… Misschien dan maar gewoon ‘granenrijst met gekruid rundergehakt, gekarameliseerde rode ui, erwtjes, bosuitjes, veel peterselie en geroosterde amandelen’. (Note to self ‘GRUEBPA’). Verder een sausje van yoghurt, mayonaise, peper, zout, koriander en komijn, en voor de crunchy kick ‘filo chips’ uit de oven.

Ik vind dit zelf wel een redelijk lenteachtig maaltje, want lauwwarm opgediend.
Wat mij ook wel lenteachtig leek, vooral omdat de ramen weer steeds vaker wagenwijd open kunnen staan, was… een rookoventje!  Die had ik nog niet, maar omdat ik verjaarde plots wel.
Omdat ik helemaal niks wist van roken en ook niks substantieels in huis had om te roken besloot ik uit ongeduld wat grof zeezout te proberen. Plukje houtmot (‘gewoon’ beuk), minuutje of 5 kastje dicht, gemiddeld vuur, en verdomd: het huis rook naar rook en het zout rook naar rook en was wat verkleurd. Een beetje op een eitje gestrooid en we proefden he-le-maal niks.

De volgende dag 2 aubergines gekocht (vlees en vis dacht ik maar nog wat uit te stellen tot ik een en ander wat beter onder de knie zou hebben) en keurig een recept uit een meegeleverd beginnersboekje gevolgd, alhoewel ik zelfs als rook-amateur al wat fronste bij de 20 minuten aangegeven rooktijd (nadat ze al in de oven gegaard waren). Wasknijpers op de hoeken van het oventje gezet zodat de rook wat meer daar bleef waar ‘ie hoorde.
Twintig minuten bleek inderdaad wat (veel) te veel; de Baba Ganoush smaakte naar Baba Ganoush mèt een hap gerookte houtmot.
Uiteindelijk werd de Baba Ganoush nog wel lekker door hem aan te lengen met een inderhaast aangerukte derde, níet gerookte aubergine. Het kookboekje verdween in de vuilnisbak (inmiddels vervangen door het onvolprezen meesterwerk ‘Over Rook’ van Mijnheer Wateetons, wat dan wel weer een beetje het andere uiterste is qua niveau).
De hierop volgende dag gewoon besloten uit de losse hand een gekookt eitje te roken (4 minuten, laag vuur). Man man man wat was dat lekker! Wordt vervolgd…

Tot slot, want het is tenslotte lente: pepers! (u weet dat u mij ook kunt ontvolgen?)
Na een weekje weken steken de eerste baby’s hun kopjes alweer op in hun couveuse.
Ik kan niet wachten.

 

Pepers, een kerstverhaal

In de zomer van 2016 vond ik, net terug van vakantie, in de brievenbus een pakketje. Uit Zuid-Frankrijk. Ik draaide het om en om in mijn handen, herkende de afzender maar wist even niet wat hij mij zou willen opsturen. Totdat ik het openmaakte: maar natuurlijk, helemaal vergeten, oh oh oh wat leuk! En zo mooi verpakt!
Vanaf dat moment ben ik Nerd geworden. Peper Nerd welteverstaan.

Goed, wat moest er gebeuren? Roep nu niet ‘zaaien!’ tegen de computer, want a) I know b) dat is toch echt wat al te simpel gesteld. Ik besloot in ieder geval niet meteen de zaadjes te gebruiken waarvan ik er maar 1 had; de meest bijzondere en vooral ook de meest hete.

Ik vond dat ik eerst maar eens moest oefenen met de mindere Goden waarvan de zakjes meerdere zaadjes bevatten. Ik koos voor de Peach Trinidad Scorpion, Chocolate Habanero en de Ethiopian Brown. Niet dat deze namen mij ook maar íets zeiden, maar vriend B. had een prachtige hitte-index bijgesloten waarop ik deze keuze baseerde. En zou er iets misgaan, dan had ik nog reserve-zaadjes.

Al Googelend kwam ik op 2 ontkiem technieken; de ‘zaadjes-tussen-nat-keukenpapier-in-plastic-zakje-in-de-zon techniek’ en de ‘zaadjes-in-glaasje-water-laten-wellen’ techniek. Ze waren namelijk nogal droog en ik dit leken mij wel zinnige manieren om ze weer wat tot leven te wekken.
Na een paar dagen bleek de glaasje-water techniek de beste. Uit deze zaadjes kwamen wat wormvormige aanhangsels. De zaadjes tussen keukenpapier waren op hun manier ook wel uitgekomen, maar ze waren tegelijkertijd verrot en bovendien vergroeid met het keukenpapier.

 was het tijd om te zaaien.
Ik haalde mijn kweekbak (ja die heb ik) uit de bijkeuken, vulde hem met verse voedzame aarde en plantte de zaadjes. Bij elk zaadje plaatste ik een satéprikker met daaraan een vlaggetje met de naam van de pepersoort. Er gebeurde bar weinig.
Terwijl ik de daaropvolgende 2 weken onverwacht in het ziekenhuis belandde, en in die twee weken vriend R aanmoedigde de aarde dagelijks te bedruppelen, gebeurde er ook niks.
Tot een paar dagen voor ontslag: R kwam mijn kamer binnen en toonde op zijn mobiel trots een foto… zwarte aarde met een flupje groen. Nee… 3 flupjes groen!

Het was prachtig weer toen ik thuiskwam. En aangezien ik de eerste week, weken, na mijn ontslag niet bijster mobiel was, nestelde ik mij bijna dagelijks in de zon voor het open raam met de peperbaby’s binnen handbereik. Begon het kasje teveel op een sauna te lijken dan schoof ik het luchtschuifje wat open. Leken ze opeens door de zon te verschrompelen, dan zette ik ze snel in de schaduw. Ik ontleende hier, werkelijk waar, ontzettend veel plezier aan.

Toen was het moment aangebroken om ze over te potten.
Ik merkte dat ik dat eigenlijk wat te lang had uitgesteld, want bij het uitscheppen van het eerste plantje scheurden de wortels halverwege af waarna ik er achter kwam dat ze allemaal redelijk vastgekoekt zaten aan de bodem van de kweekbak. In opperste concentratie wrikte ik ze allemaal voorzichtig los en stopte ze in hun ruimere onderkomens. Mét satéprikker.

Ze begonnen direct, maar dan ook echt meteen, totaal in elkaar te zakken! Nondeju!
Maar gelukkig was mijn paniek voorbarig. Weer zeulde ik ze van schaduw naar zon en vice versa, maar toen ik ze een paar uurtjes met rust had gelaten stonden ze gewoon fier overeind.
Dat verpoten Ís natuurlijk ook traumatiserend.

Er moest nog 1 ding gebeuren. En ik zeg het maar zoals het is: het was tijd voor seks!
Ik had van alles opgezocht over bestuiven; zelfbestuiving, kruisbestuiving en nog wat andere bestuivingen maar had geen idee wat van toepassing was op mijn plantjes. Dus daar ging ik, aan de slag met een wattenstaafje. Voelde reuze… intiem?

En nu is het december en hoop ik binnenkort te kunnen gaan oogsten. Want niet alleen zijn de planten groot geworden, ze dragen ook daadwerkelijk pepers!
Welke?
Daar wil ik vanaf zijn.

De Chocolate Habanero staat stoer groot te zijn maar draagt geen enkele peper, de pepers die lang, slank en bruin hadden moeten zijn (Ethiopian Brown, 2 pepers) zijn binnen 24 uur van diepgroen naar knetteroranje veranderd (en zijn een soort gedrongen amoebes), en degene die perzikkleurig hadden moeten worden (de Peach Trinidad Scorpion, 8 pepers) zijn lang, donkergroen en worden nu bruin.

Ik zal moeten proeven…

Wit goud

Gisteren besloten asperges te maken. Na een afspraak in Amsterdam Zuid besloot ik op mijn mobiel (de SGs6!) te Googlen op ‘beste asperges Amsterdam’. Ik stuitte op een website van Asperges Amsterdam (www.aspergesamsterdam.nl). Nooit van gehoord.
Al lezende begreep ik dat een lunchroom aan het Europaplein tijdelijk omgetoverd is tot aspergeboerderij en dat ze daar dagverse asperges verkopen uit Limburg en Brabant.
Ik zat al op mijn scooter. En verdomd, na wat zoeken:
20150511_164335
En wat lagen ze er mooi bij, de Ferrari’s onder de asperges. ‘Doet u maar een kilo’. Meteen maar een doos verse eitjes erbij gekocht en een zakje boerderie-gemaakte hollandaise saus (ja het mag, zakjes!). De ham was een dag eerder al gekocht bij slagerij De Wit. Helemaal opgewonden van deze aankopen reed ik naar huis. De jongen uit de aspergeboerderij, een enthousiasteling, was mij nog achterna gelopen met een boekje met basisrecepten voor asperges. Heel handig want er circuleren nogal wat recepten op het web en dit boekje (en de hierin vermelde basisbereiding) kwam goed en logisch over.

Zo stond er om te beginnen dat je het beste eerst de kontjes van de asperges kunt halen (bewaren!) om ze dan een half uurtje in het water te leggen. Zo krijgen ze weer hun natuurlijke vochtigheidsgehalte en schillen ze (ook bewaren!) makkelijker. Nooit geweten.
Vervolgens: in koud water in de pan leggen, aan de kook brengen, 5 minuten zachtjes laten koken, het vuur uitzetten en zo 15 minuten laten staan. Voor het opdienen echt goed laten uitlekken (nooit goed gedaan). Afijn, ondertussen de ham gescheurd, de eitjes geprakt en de saus opgewarmd. Tsjongejonge wat was het lekker!
Vandaag de kontjes en sliertjes een paar uur laten trekken. Basissoep ready.

En omdat ik toch bezig was meteen maar een ander kook-dingetje aangepakt; het geval ‘verse kruiden en hoe bewaar ik die’. Ik mijd tegenwoordig de supermarkt zoveel mogelijk en al helemaal als het om kruiden gaat. Bijna 2 euro voor 3 armetierige sprietjes van het een of ander: pure oplichterij is het. Maar ga je naar de vriendelijke buurt-Turk, dan krijg je weer zulke bossen mee, dat ik daar een beetje van in paniek raak. Hoe dit in vredesnaam op te krijgen voordat het verlept is? Nou niet. Dat lukt gewoon niet. Dus deze techniek toegepast op een bak Rozemarijn, een geduldig werkje maar het wordt beloond!
(kan ook in water, maar deze variant voor de oven aardappeltjes)

Rozemarijn

Weer thuis

Ik geloof dat we weer met vakantie moeten, want echt rustiger werd het niet na 1 mei wat betreft vakantie as in luieren en niks doen. We hadden natuurlijk ‘nee’ kunnen zeggen tegen een aantal dingen, maar het meeste was gewoon te leuk om niet (mee) te doen/eten (ja dat laatste is een waar Italiaans cliché).
Zo hadden we ook níet mee naar Florerence kunnen gaan, maar dan hadden we nooit de exentrieke vioolbouwster ontmoet die een viool voor de dochter van Barack Obama heeft gebouwd (one handshake away). In een werkplaats van 6 vierkante meter.

En het bijpraten met oude vrienden waarbij ook weer nieuwe werden gemaakt hadden we ook niet willen missen. Dit zou minder vermoeiend geweest zijn als er niet in 4 talen tegelijk gesproken werd (waarnaast veel gegesticuleer). Oke, en het was ook eigenlijk iedere avond wel bal.

 

De kinderen uit het weeshuis van Siena die een dagje in de buitenlucht kwamen vertoeven had ik links kunnen laten liggen, evenals de schoolklas op excursie of het assisteren bij de kookcursus van Emanuela voor 12 Amerikanen… maar dat deed ik dus niet.

Misschien was ik dan zelfs dit plaatje misgelopen: een jonge Madonna, het gezicht verlicht door het schijnsel Gods haar smartphone.

20140426_204345

Dag van de arbeid, Toscane

En dat is nogal een dingetje hier. Sterker: het is De feestdag van Italië.
Ik had/we hadden geen idee. Het begon gisteravond al met allerhande koortjes en drumbands in het dorp, vandaag is het in volle gang (maar nu natuurlijk wel siësta, gewoon even een pauze tussen de feestelijkheden door, straks weer verder).
We zijn eind van de ochtend achter Emanuela van alhier aangereden omdat zij in een koortje zingt wat vandaag 5 dorpjes/gehuchten/kasteeltjes aandoet. Het idee is dat in elk dorpje iedereen eten maakt en dit samen met een (grote) fles wijn meebrengt naar het centrum van het dorp. Iedereen deelt alles met elkaar aan lange schragen tafels.
De liedjes zijn eeuwen oude traditionele, verhalende volksliedjes, waarbij het hele dorp meezingt. Dit alles ziet er ongeveer zo uit:


En nou hebben wij weer net begrepen dat het niet nation wide is, maar erg local… waarvan acte.
Wifi stottert enorm hier, probeer foto’s door te sturen…
Slapen nu… (mooi he? 🙂 )
20140501_131120 20140501_131139 20140501_175149 20140501_174930 20140501_141958

 

 

 

 

 

 

 

 

26 april 2014, Podere La Fonte, Radicondoli

De eerste Koningsdag in Nederland en wij zitten in Toscane. Ik teken ervoor.
Sinds lange tijd zijn we weer Italiaans ‘thuis’.
 We komen er met de familie die de podere bezit niet helemaal uit hoe lang geleden het is dat wij hier voor het laatst waren, maar Emanuela, de vrouw des huizes, zei gisteren kordaat en beslist ‘it was yesterday’, dus daar houden we het dan maar op. Een jaartje meer of minder, kniesoor die daar op let.
Hoe hier deze keer weer terecht gekomen?

Al is hun Engels gebrekkig (en ons Italiaans ook), en hoeveel tijd er ook is verstreken sinds de laatste keer dat wij hier waren, de familie is mij/ons blijven volgen, tijdens mijn ziekte maar ook tijdens mijn vliegtraining. Toen ze begrepen dat ik ‘geslaagd’ was voor het vliegen kwam direct, of beter, opnieuw, de uitnodiging ‘come to us, is good for you!’
Een aanbod zo genereus dat we niet konden of wilden weigeren; La Fonte werd onze eerste vakantie sinds lange tijd. Iedereen weer zien en bijpraten, en dat op een prachtige plek in Toscane: het idee alleen al ontroerde mij (ook nu, terwijl ik hier ben!)
‘Hier’ is:
20140425_104551

De vliegreis Amsterdam-Bologna verliep afgezien van wat vertraging in Amsterdam ook deze keer weer goed. Prachtig weer, gezond spannend en met geweldig uitzicht op de Alpen. Aangekomen in Bologna moesten we flink zoeken naar onze huurauto, maar daar was ‘ie dan, R’s wens: een Fiat 500.
 R mocht eerst, dwars door Bologna, op weg naar de B&B die we besproken hadden.
 Unique selling point van deze B&B was het dakterras met uitzicht over Bologna… niks van gelogen.

20140423_163757

20140423_191512

20140423_212050

 

 

 

 

 

 

’s Avonds een hapje uit-gegeten en moe naar bed. 
De volgende dag op weg naar Radicondoli waarbij we de fout in gingen bij Florence. Onze theorie: de Si-Fi (Siena-Florence en omgekeerd) had waarschijnlijk zo’n slechte naam gekregen (een érg slechte snelweg) dat ze de naam van de afslag hebben veranderd en Si-Fi maar niet meer vermelden. De weg is overigens nog steeds even slecht.

Maar geen haast dus ergens gedraaid en toen weer verder.
Halverwege heb ik het stuur overgenomen en… tot op vandaag bijna niet meer losgelaten.
 Mán wat is dat heerlijk racen in zo’n ‘Cinquecento’ over de Toscaanse wegen! Stijgen, dalen, veel en snel schakelen (en stuiteren, t is geen zware auto); een feest om hier te rijden.

De aankomst bij La Fonte, Emanuela die haar hoofd om een hoekje steekt, een warme omhelzing (‘you still look like Marja!’), Marco die van het land aan komt lopen, mij omhelst, aankijkt ‘so glad to see you again’, later die middag dochter Francesca, inmiddels woonachtig met vriend in buurdorp, met tranen in haar ogen ‘you still look the same!’… oef…
(De laatste heeft ongeveer 8 jaar geleden op 21-jarige leeftijd zo’n anderhalve maand bij ons in Amsterdam gewoond, dus is ook een beetje onze dochter.)

En dan nu dus hier. Pas de 3e dag en al zoveel oude bekenden gezien. Vrienden en bekenden uit het dorp en familie van familie van de familie hier op de podere.
20140425_140906

Nou vallen we ook met onze neus in de boter: bevrijdingsdag (gisteren, uitgebreid lunchen, fanfares door het dorp) en 1 mei, dag van de arbeid.
Allerhartelijkst, maar ook enorm sociaal, dus vandaag hebben we groot ingeslagen in de supermarkt (om thuis te koken) en doen we verder even niks behalve wat eten, ik schrijven (deze posting) en R nog een restantje werk.
Natuurlijk wel onder begeleiding van Italiaans geroezemoes en kindergezang want tutti la famiglia è qui.

Nog wat foto’s dan maar van: de ochtendkoffie in het zonnetje voor ons appartement, uitzicht vanaf La Fonte, de lokale wespen-stofzuigeraar en een weggespoeld stuk weg (doorgaande weg, maar haast om te repareren… ach)
20140425_10085920140424_16555320140424_19303020140425_163520

De eerste keer

Dan heb je een cursus tegen vliegangst succesvol afgerond en ga je dus voor het eerst vliegen zonder begeleiders. In mijn/ons geval was gekozen voor een weekendje Londen.

Vrijdag vertrokken we. We zouden om 15.00 boarden. Zóuden, want daar was de mededeling die volgens instructiepiloot Peter ook kan betekenen dat de wc’s niet werken: ‘due to technical problems flight KL1021 is delayed for half an hour ‘.
Right.
Een half uur later opnieuw die mededeling. Na ruim een uur was het dan zover, met twee volle bussen naar een city hopper midden op het vliegveld.
Aan boord de gezagvoerder: ‘excuus voor de vertraging, maar de cateringvrachtwagen had een deur geramd van het oorspronkelijke toestel dus moesten wij op zoek naar een ander toestel. Verder zult u nog een kwartier geduld moeten hebben want het is erg slecht weer in Londen, de wind staat haaks op de landingsbaan, waardoor er maar weinig toestellen kunnen landen; wij wachten op toestemming om te vertrekken.’
Okeej…

Eindelijk in de lucht verliep alles eigenlijk prima, de landing was inderdaad wat turbulent, het was absoluut noodweer, maar we stonden.
Het gangpad stond vol met jassen-aantrekkende mensen en vervolgens gebeurde er… niets.
De gezagvoerder: ‘wederom excuses, maar de slurf past niet op het vliegtuig, we gaan op zoek naar een trap.’ Tien minuten later, het schaamrood van de gezagvoerder was hoorbaar door de intercom: ‘uhm, heel vervelend, maar de trap past ook niet, er wordt gezocht naar een andere trap.’
Een kwartier later konden we dan eindelijk het vliegtuig verlaten en stonden we, tja, ergens op Heathrow. Iemand gebaarde ons naar een deur waar ‘personnel only’ op stond, waarna we nog ongeveer een half uur door allerlei tunnels moesten lopen om uit te komen bij iets wat op een luchthaven leek. Vervolgens zaten we nog ruim een uur in een soms overvolle tube.
Inmiddels was het 20.00 en vreselijk tijd voor een biertje, dus doken we de kroeg op de hoek van ons hotel in nog voor het inchecken. Het hotel was/is prima, we aten nog wat bij een Indiaas restaurant en toen was het genoeg geweest.

De volgende dag brunch in Delaunay, een zeer stijlvolle, zeer Britse tent, met prachtig eten en buitengewoon bekwaam en attent personeel. Overigens was dit overal waar we kwamen zo; wat een schrijnend verschil met de bediening in Nederland zeg! En ook op straat: welgemeende ‘sorry’s’ als iemand tegen je oploopt, in overvolle tubes geen agressie… op het gevaar af een ouwe zeur genoemd te worden: ik vind het erg charmant.
Benedict

’s Middags hebben we wat door de buurt gelopen, waarbij ik vrij schizofreen werd van het left/right gebeuren. Rolf en ik betrapten ons erop dat we bij iedere oversteek als malloten alle kanten op keken; iets in de trant van: dat kunnen jullie nou wel zeggen met dat ‘look right’, maar we geloven er niks van. Plus: op de roltrappen moet je weer rechts houden en op de stoepen is er uhm… geen systeem.

Left

Ons hotel stond in hartje Londen en er gebeurde van alles: tegenover ons hotel lag het Savoy hotel waar de ene na de andere dure auto kwam voorrijden, want het was zowel het weekend van de uitreiking van de Bafta’s als London fashion week.

Dat laatste zorgde voor heel veel modellen in het wild.

 

Om zes uur ’s avonds hadden we een afspraak met goede vrienden van ons die een half jaar geleden naar Londen zijn verhuisd. Zij hebben de ervaring bepaalde etablissementen binnen te komen die wij soms niet eens overwegen, dus spraken we af voor het restaurant van… Ottolenghi.

What shall I say behalve I was there? Niet veel meer, want daar bleef het bij (al was een tafel toch nog bijna gelukt!). Een tweede restaurant, ook niet echt slecht, lukte wel met de sob story ‘our friends came from Amsterdam especially for…’ en ‘we did try to make reservations’.
Heerlijk gegeten.

Ottolenghi

Op naar de Union Chapel voor een concert van The Penguin Cafe Orchestra, waar we, want ‘uitverkocht’ op eenzelfde wijze binnenkwamen als hierboven beschreven. Prachtige muziek in een prachtige ambiance; een soort grotere, robustere broer van Paradiso.
Veel indrukken, dus erg moe in bed gevallen.

Puinguin Cafe


En toen hadden we zondag nog. Het was opeens prachtig weer en we besloten te gaan wandelen. Eerst naar St. Paul’s Cathedral waar, verdorie wat een mazzel, net een zondagsdienst bezig was begeleid door een koor… prachtig!

(het is daar verboden foto’s te maken, vandaar dit ietwat ongerichte want vanuit de jaszak geschoten plaatje). Vervolgens via de Millennium Bridge naar Tate Modern gelopen. Toen was ik inmiddels wel moe trouwens. In het museum gebruncht, wat rondgelopen en de metro naar Saatchi gallery genomen. Daar nog een drankje op het terras in de zon gedronken, nog even snel een paar schoenen gekocht op King’s Road en toen was de tijd op.

Terug naar het hotel om onze bagage op te halen en met de metro naar station Paddington vanwaar de Heathrow Express vertrok. Duur maar snel en ik was even klaar met overvolle metro’s.
In tegenstelling tot de heenreis verliep de terugreis geheel volgens het boekje (ik blijf dat security gebeuren overigens fascinerend vinden, op Heathrow word je als een soort opgejaagd vee er doorheen gejaagd… ‘go go go!’).
Saillant: op de terugvlucht zat een jongen naast mij die ook vrijdag was heen gevlogen, twee vluchten na de onze. Zijn toestel had drie doorstarts moeten maken op Heathrow waarna uiteindelijk geland op Birmingham. Volgens hem een hel van een vlucht met allemaal zieke mensen om hem heen.
Ben blij dat mij dat bij mijn eerste vlucht bespaard is gebleven; ik vond mijn versie al avontuurlijk genoeg. 😉

Crunchy Risotto, the making of

Op verzoek de uitgeschreven versie van mijn crunchy risotto.

Het recept is overigens niet door mij uitgevonden, maar door ‘whack it in the oven’ Jamie Oliver. Waar hij de hele tijd gooit en smijt met van alles, doe ik het piano piano.
Lees eerst het hele recept een paar keer door, zodat je vantevoren weet wat wanneer te doen.

Ingrediënten voor 4 personen:

  • de kern/het hart van een bos selderij (wat overblijft morgen met een dipsaus oppeuzelen)
  • een ui
  • 2 bollen knoflook (bollen dus, geen teentjes)
  • een volle hand tijm (niet zo’n lullig bakje van Albert Heijn; op z’n minst een halve plant)
  • 2 liter kippenbouillon
  • risotto rijst (ongeveer 100 gram per persoon)
  • glaasje witte wijn
  • bakje mascarpone
  • stuk parmezaanse kaas
  • afbak shoarma broodjes (ongebakken gebruiken)
  • amandel schaafsel

Zet als eerste de oven aan, op 200/220 graden.
Ga op de bank zitten en pluk -zen- ontzettend veel tijmblaadjes (rits de takjes tegen de draad in). Check tussendoor of de oven warm genoeg is en leg de knoflook bollen er (op een schaaltje) in. Zet de kookwekker op een half uurtje. Dit half uurtje is een richtlijn, meer bedoeld om de knof niet te vergeten.
Snijd de selderijkern (ik trek de staken uit elkaar en neem het binnenste) en de ui super fijn (ik las ooit de regel dat bij de basis-risotto niks groter mag zijn dan de rijstkorrel, dus doe je best).
Zet de kippenbouillon op een matig vuurtje.
Nu heb je even niks te doen, dus rasp maar alvast een paar handen parmezaanse kaas.
Verpulver ook alvast een/anderhalf shoarma broodje in de keukenmasjien (niet tot poeder maar tot grove kruimels)

Tot dusver alles relaxed (foto 3 bewijst overigens – zie de reeds geblakerde knoflook- dat ik al snel een halfuurtje neem voor de tijm, maar dan lees ik ondertussen ook de krant. Als je deze tijd niet hebt, houd dan de volgorde van dit recept aan)
Nu begint het echte werk.

Even een paar foto’s om de motivatie erin te houden:

IMG_3134[rh]

Verhit in een redelijk diepe steelpan/braadpan wat olie. Niet te heet.
Fruit de fijngesneden selderij en ui zachtjes (tot glazig, niet bruin, ongeveer 10 minuten).
Voeg de risotto-rijst toe en bak totdat de rijst glazig wordt (niet bruin!). Voeg het glas wijn toe en laat uitdampen (temperatuur mag iets omhoog, maar houd hem rond medium). Schep nu een soeplepel warme bouillon bij de risotto en blijf roeren (Ik heb geleerd dat risotto smeuig wordt doordat door het roeren het zetmeel van de korrel loslaat en daarmee een natuurlijke binding/saus ontstaat).
Check ondertussen de knoflook in de oven: zijn de bollen zacht, dan kan de oven uit, anders nog even laten staan.
Wordt de massa bijna droog, voeg dan opnieuw een lepel bouillon toe, en blijf dit herhalen tot de bouillon op is of de rijst gaar (te weinig bouillon, dan met warm water afmaken, maar check dan eindresultaat extra op peper en zout).
Het hele idee van risotto is dat je het licht kunt laten ‘golven’ in de pan; het moet dus absoluut niet te droog worden.

Zet een 2e bakpan met een beetje olie op medium vuur.
Doe de broodpulvers en de geschaafde mandelen in de pan. Bak en schud regelmatig om.
(Ja, en dan ook nog blijven roeren in de risotto en/of bouillon toevoegen… het kan!)
Als goudbruin: klaar. Vuur uit.

Haal de geroosterde knoflook uit de oven (let op: roeren in die risotto!) en pers de teentjes uit in een bakje. Een plakkerig klusje, want de knoflook is tot een soort lijm verworden. Ik verbrand mijn vingers hier altijd min of meer bij, maar het is het waard.

Terug naar de risotto. Proef.
Is de Risotto gaar, roer dan de tijm, de helft van de geraspte parmezaan en de gepofte knoflook er doorheen.
Proef, proef, proef (peper, kaas… pas op met zout want bouillon is al zout en kaas ook)
Lekker? Van het vuur halen!

Schep de risotto in diepe borden en maak een kuiltje in het midden.
Leg daarin een schep mascarpone.
‘Versier’ als een ring de crunch rond/over de mascarpone en poeder over alles een beetje parmezaan…

Meteen (warm) opeten!